Het Voedingscentrum vertaalt de wetenschappelijke inzichten van de Gezondheidsraad naar de praktijk en de consument. Dit hele proces neemt erg veel tijd in beslag. Deze vertraging zorgt er voor dat de huidige praktische adviezen van het Voedingscentrum, minder goed aansluiten op de leefwereld van de Nederlandse consument. Daar komt bij dat het Voedingscentrum conservatief is en niet snel een advies zal aanpassen.

Het Voedingscentrum zou er voor kunnen kiezen wat nauwer aan te sluiten op de leefwereld van de consument. Iets meer enthousiasme voor een gevarieerd en voedzaam voedingspatroon, in plaats van met dat vingertje blijven wijzen naar producten die niet goed voor de consument zijn. En als consument zijnde, is het belangrijk dat je zelf blijft nadenken.

Onlangs kwam het Voedingscentrum weer in het nieuws door een interview met de Nederlandse radio-dj Giel Beelen. In deze live-uitzending legde een woordvoerder van het Voedingscentrum hun visie over superfoods uit, waarna dhr. Beelen op een vrij onbeschofte manier verschillende aannames deed over andere zaken zoals de Schijf van Vijf en E-nummers. Bij menig consument rees de vraag of het Voedingscentrum nog serieus genomen moet worden. Wel of niet geloven wat zij zeggen? Want wat weten we nou eigenlijk van het Voedingscentrum? Dit artikel heeft als doel meer informatie te verstrekken over wat het Voedingscentrum doet, hoe ze aan de adviezen en aanbevelingen komen en hoe dit gefinancierd wordt.

Wat is het Voedingscentrum en wat doet het?

De meeste mensen kennen het Voedingscentrum door de Schijf van Vijf, welke in 1953 door het Voorlichtingsbureau voor de Voeding in Nederland (nu het Voedingscentrum) werd geïntroduceerd. Na enkele naamswijzigingen kwam tien jaar geleden, in 2004, een nieuwe (de huidige) Schijf van Vijf. Het Voedingscentrum – eigenlijk Stichting Voedingscentrum Nederland – is een Nederlandse instelling en heeft als uitgangspunt ‘de gezonde keuze, de gemakkelijke keuze’ waarbij het gezonde en meer duurzame voeding bij consumenten bevordert en het bedrijfsleven stimuleert tot een meer verantwoord voedselaanbod. Dit doet het Voedingscentrum door voorlichting, onderzoek en onderwijs te bieden op het gebied van voeding. Je kunt hierbij denken aan onderwerpen zoals gezonde voeding, maar ook voedselveiligheid, duurzaamheid, voedselverpilling, verschillende doelgroepen en diëten. Ook probeert het Voedingscentrum professionals te ondersteunen en te versterken bij hun werkzaamheden door middel van effectieve instrumenten 1.

Hoe onstaan het advies en de aanbevelingen?

De Gezondheidsraad

De basis van de informatie die het Voedingscentrum verspreidt, ligt bij de Gezondheidsraad (GR). De GR is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan in Nederland. Het heeft als taak de regering en het parlement te adviseren over de stand van wetenschap op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek 2. De GR bestaat uit bijna 170 leden (allemaal afkomstig uit kringen van wetenschap en gezondheidszorg), werkt in zelfstandige, multidisciplinaire beraadsgroepen en commissies, en komt dus niet plenair bijeen. Voordat adviezen worden aangeboden aan een minister of staatssecretaris, worden deze getoetst in één of meedere beraadsgroepen 3.

Richtlijnen Goede Voeding

In 2006 bracht de GR de Richtlijnen Goede Voeding uit 4. Deze richtlijnen dienen als basis voor de voedingsvoorlichting in Nederland. Op basis van deze richtlijnen (Richtlijnen Goede Voeding en De Voedingsnormen) heeft het Voedingscentrum een eigen vertaalslag gemaakt naar de praktijk door de zogenoemde Richtlijnen Voedselkeuze. Veel adviezen van het Voedingscentrum zijn interpretaties die niet in consensusrapporten (zoals de Richtlijnen Goede Voeding) staan beschreven. Ook zijn de Richtlijnen Goede Voeding meer beschrijvend dan dat een systematisch literatuuronderzoek is uitgevoerd. De conclusies zouden dus betrouwbaarder zijn wanneer alle relevante onderzoeken, over een bepaald onderwerp, werden meegenomen en gewogen volgens een vaste methodologie. Een voorbeeld van zo’n systematisch onderzoek is het WCRF-rapport uit 2007 5

Richtlijnen Voedselkeuze

De Richtlijnen Voedselkeuze zijn geformuleerd in termen van voedingsmiddelen en zijn opgesteld om de Richtlijnen Goede Voeding te realiseren binnen het Nederlandse voedingspatroon 6. Per productgroep zijn indelingscriteria opgesteld, waarbij het Voedingscentrum een driedeling hanteert, namelijk:

  • Bij voorkeur (A): deze producten hebben een positieve invloed op het realiseren van een voeding die is gericht op de preventie van chronische ziekten.
  • Middenweg (B): deze producten hebben een neutrale invloed op het realiseren van een voeding die is gericht op de preventie van chronische ziekten.
  • Bij uitzondering (C): deze producten hebben een negatieve invloed op het realiseren van een voeding die is gericht op de preventie van chronische ziekten.

Deze indelingscriteria zijn gebaseerd op de hoeveelheid kilocalorieën, toegevoegd suiker, verzadigd vet, transvet, natrium en voedingsvezel. Wanneer (indien mogelijk) werd gekeken naar de effecten van voedingsmiddelen op de gezondheid, in plaats van individuele voedingsstoffen zoals het geval is bij de indelingscriteria, zou dit mogelijk andere informatie geven. Een voorbeeld hier van zijn noten. Alle noten (amandelen, cashewnoten, hazelnoten, macademianoten, paranoten, pecannoten en walnoten) vallen in categorie C, omdat ze meer dan 110 kilocalorieën per portie bevatten. Hierdoor zijn noten ook niet opgenomen in de Schrijf van Vijf.

De Schijf van Vijf

Het Voedingscentrum vertaalt dit weer naar de Schijf van Vijf, wat de basis vormt voor een optimaal voedingspatroon, dat aansluit bij de leefwereld en cultuur van de Nederlandse consument 7. Op basis van de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding 2015 gaat het Voedingscentrum de Schijf van Vijf aanpassen. De nieuwe Schijf van Vijf zal meer aandacht geven voor de verschillende doelgroepen, omdat er steeds minder sprake is van een kenmerkend Nederlands voedingspatroon. Het Voedingscentrum benadrukt daarbij dat consumenten hun leefritme niet hoeven om te gooien, dat zij grotendeels kunnen blijven eten wat ze gewend zijn en dat het nagenoeg geen extra tijd of geld kost om deze adviezen op te volgen. Ook staat de veiligheid volgens het Voedingscentrum voorop: “adviezen worden niet ‘zomaar’ veranderd, voordat alle voors en tegens onderzocht zijn.”

Het werkprogramma

De GR stelt jaarlijks een werkprogramma op, met daarin een overzicht van de vraagstukken die dat kalenderjaar onderwerp van advisering zullen zijn. Dit betekent niet meteen dat over een betreffend onderwerp ook hetzelfde jaar een advies zal verschijnen. Gedurende het jaar kunnen de plannen wel veranderen, bijvoorbeeld wanneer bewindslieden nieuwe prioriteiten stellen 8. Zo staat op het werkprogramma van 2014 de verdere actualisering van de RGV – deze actualisering is in 2012 gestart en de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding komt in 2015 uit 9. Waar in de vorige Richtlijnen Goede Voeding de voedingsstoffen centraal stonden, staan in de nieuwe voedingsmiddelen en voedingspatronen (in relatie tot gezondheid) centraal 10. Ook het vaststellen van voedingsnormen voor gezonde voeding staat voor dit jaar op de planning. De GR maakt hierbij gebruik van internationale rapporten over voedingsnormen en –richtlijnen, zoals die van de European Food Safety Authority (EFSA), de World Health Organization (WHO) en het Amerikaanse Institute of Medicine (IOM).

De beraadsgroep

Ieder advies wordt getoetst door een beraadsgroep: een groep van deskundigen 11. Deze groep beoordeelt het advies op wetenschappelijke kwaliteit en op consistentie met andere adviezen van de raad. De commissies en beraadsgroepen worden ondersteund door een professioneel secretariaat, waarmee de kwaliteit en consistentie van de advisering gewaarborgd kan worden 12.

De financiën

Toch wel een van de meest besproken onderwerpen omtrent het Voedingscentrum. De financiën. Want hoe wordt deze instelling gefinancierd en kan het Voedingscentrum die zogenoemde onafhankelijkheid bewerkstelligen?

Subsidie en samenwerkingen

Het Voedingscentrum wordt via instellingssubsidie en projectsubsidies gefinancierd door de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Economische Zaken (EZ) (voorheen Economische Zaken, Landbouw en Innovatie). Uit het jaarverslag van 2012 blijkt dat een zogenoemde verschuiving had plaatsgevonden, namelijk de samenwerking met andere partijen 13 zodat kosten gedeeld konden worden en een groter publiek bereikt kon worden met een beperkt budget. Samenwerken in de vorm van publiek-private samenwerkingen (PPS), zoals bijvoorbeeld het Eetmaatje (samenwerking Albert Heijn). Het VC geeft hierbij wel aan dat zij een Gouden regel hierbij hebben: “Het Voedingscentrum neemt geen geld aan en is onafhankelijk in zijn adviezen.”

Het Leerstoelfonds

In 2012 ontving het Voedingscentrum ruim 7 miljoen euro aan projectsubsidies van het ministerie van VWS en EZ ten opzichte van ruim 9 miljoen euro in 2011 – waarvan ruim 6 duizend euro uit het Leerstoelfonds. Tot eind 2011 bestond namelijk de mogelijkheid dat bedrijven kleine bijdragen leverden aan het Leerstoelen- en Wetenschapsfonds. Uit dit fonds worden bijzonder hoogleraren (verbonden aan een universiteit) betaald. De bijzonder hoogleraar wordt aangesteld (door het Curatorium Leerstoelen) als onderzoeksleider en kan een onderzoeksproject starten – welke past bij de onderwerpen waar het Voedingscentrum mee bezig is. Deze wetenschapper wordt betaald door de universiteit, maar kon zelf ook fondsen, stichtingen en bedrijven vragen voor de financiering. Om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, heeft het Voedingscentrum eind 2011 besloten geen bijdragen meer aan te nemen voor dit fonds 14.

De Gedragscode

Doordat het Voedingscentrum samenwerkt met partners uit het bedrijfsleven, de overheid, zorgverleners en andere organisaties is het van belang dat zo’n samenwerking de onafhankelijkheid niet schaadt 1516. Daarom hanteert het Voedingscentrum de “Gedragscode betreffende de samenwerking met externe partijen van de Stichting Voedingscentrum Nederland” 17. Deze code bevat de beginselen van het VC, de regels en procedures die gelden en omvat de eisen die het Voedingscentrum stelt aan samenwerkingspartners.

Conclusie

Het Voedingscentrum vertaalt de wetenschappelijke inzichten van de Gezondheidsraad naar de praktijk en de consument. Deze adviezen dienen te passen bij de leefwereld en cultuur van de Nederlandse consument. Wellicht zit daar een kink in de kabel. De GR werkt met een jaarlijks werkprogramma, welke aangepast kan worden wanneer andere prioriteiten zich voordoen. Wanneer uiteindelijk een advies wordt opgesteld, wordt dit advies getoetst door een beraadsgroep, die ondersteund wordt door een professioneel secretariaat. Dit hele proces neemt erg veel tijd in beslag, voordat het uiteindelijke advies kan worden vertaald naar de praktijk. Deze vertraging zorgt er ook voor dat de huidige praktische adviezen van het Voedingscentrum, minder goed aansluiten op de leefwereld van de Nederlandse consument. Daar komt bij dat het Voedingscentrum conservatief is en niet snel een advies zal aanpassen. Bovendien zijn de conclusies uit de Richtlijnen Goede Voeding minder betrouwbaar, door gebrek aan een systematisch literatuuronderzoek en zijn de adviezen van het Voedingscentrum gebaseerd op hun eigen interpretaties die niet in de consensusrapporten staan beschreven. Mogelijk verandert dat met de nieuwe Richtlijnen Goede Voeding die eind 2015 verschijnen.

En nu?

Hopelijk geeft dit artikel meer inzicht in de werkwijze van het Voedingscentrum en andere instanties. Het Voedingscentrum zou er voor kunnen kiezen wat nauwer aan te sluiten op de leefwereld van de consument. Iets meer enthousiasme voor een gevarieerd en voedzaam voedingspatroon, in plaats van met dat vingertje blijven wijzen naar producten die niet goed voor de consument zijn. En als consument zijnde, is het belangrijk dat je zelf blijft nadenken.

  1. Het Voedingscentrum. https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/over-ons.aspx. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  2. De Gezondheidsraad. http://www.gr.nl. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  3. De Gezondheidsraad. http://www.gr.nl. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  4. Richtlijnen Goede Voeding. (2006). De Gezondheidsraad.
  5. World Cancer Research Fund / American Institute for Cancer Research. (2007). Food, Nutrition, Physical Activity, and the Prevention of Cancer. A Global Perspective. Washington DC: AICR.
  6. Richtlijnen Voedselkeuze. (2011). Het Voedingscentrum.
  7. Het Voedingscentrum. http://www.voedingscentrum.nl/nl/service/over-ons/werkwijze.aspx. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  8. De Gezondheidsraad. http://www.gr.nl. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  9. De Gezondheidsraad. (2013). Werkprogramma 2014. Den Haag.
  10. De Gezondheidsraad. (2013). Werkprogramma 2014. Den Haag.
  11. De Gezondheidsraad. http://www.gezondheidsraad.nl/nl/Over%20ons/Wetenschappelijke%20kwaliteit. Geraadpleegd op 30 maart 2014.
  12. De Gezondheidsraad. http://www.gezondheidsraad.nl/nl/Over%20ons/Wetenschappelijke%20kwaliteit. Geraadpleegd op 30 maart 2014.
  13. Het Voedingscentrum. http://www.voedingscentrum.nl/nl/service/over-ons/Financiering-en-Jaarverslagen/voorwoord-directie.aspx. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  14. Het Voedingscentrum. http://www.voedingscentrum.nl/nl/service/over-ons/leerstoelen.aspx. Geraadpleegd op 24 maart 2014.
  15. Gedragscode betreffende de samenwerking memt externe partijen van de Stichting Voedingscentrum Nederland. (2014). Het Voedingscentrum.
  16. Bureau Bartels BV. (2013). Evaluatie EZ-taken Voedingscentrum. Eindrapport. Uitgebracht op verzoek van het ministerie van Economische Zaken. Amersfoort, 25 maart 2013.
  17. Gedragscode betreffende de samenwerking memt externe partijen van de Stichting Voedingscentrum Nederland. (2014). Het Voedingscentrum.